het kruispunt - christenen in gesprek met moslims

30 augustus 2011

Wisdom

[Nederlandse versie]

The gospel according to Matthew, chapter 11, verses 16-19

16 “To what can I compare this generation? They are like children sitting in the marketplaces and calling out to others:
17 “‘We played the pipe for you,
and you did not dance;
we sang a dirge,
and you did not mourn.’
18 For John came neither eating nor drinking, and they say, ‘He has a demon.’ 19 The Son of Man came eating and drinking, and they say, ‘Here is a glutton and a drunkard, a friend of tax collectors and sinners.’ But wisdom is proved right by her deeds.”

One of Christ’s beautiful names is ‘wisdom’ (1 Cor. 1:24). Through him we are ‘righteous’ and ‘holy’ (1 Cor. 1:30).

There is wisdom to be found in Allah’s prescription of fasting, teaches the Islam. It is healthy: your body is being cleansed from toxins; you may even lose weight. To break fasting when the dark sets in bonds people. You will train discipline and endurance. You learn to sympathise with the hungry fellow man.

With the new moon, the sugar festival, the festival of the breaking of the fasting, sets in. This ‘small fest’ is celebrated abundantly with good food, perfumes, new clothes and presents. They did it: long summer days, dusk till dawn, nothing consumed.

John fasted, Jesus feasted. John rebuked sinners, Jesus ate with them. Both were not of anyone’s liking. John was declared mental, Jesus was called a ‘greedy-guts’, and a ‘boozer’. Childish. Like children who do neither want to play wedding nor funeral. There’s godly wisdom in the sobriety of Jesus’ harbinger and the exuberance of John’s master.

The baptism in Christ shows our filthiness and our cleanliness. Very wise! Evidence? People with splendid clothing on the “wedding of the Lamb” (Rev. 19:7-8). Fasting is sensible when you perceive Jesus who persisted and took on His cross (Heb. 12:2). He said: “I am thirsty” (Joh. 19:28). You may drink from “the water of life” (Rev. 22:17).

‘Create in me a pure heart, O God,’ psalm 51:12 says.

Why do christians fast?
To sing/read: Psalm 51:13-17

Then I’ll teach your ways to sinners;
Rebels will turn back to you.
Free me from blood-guilt my Saviour,
God most merciful and true.
Then I’ll praise your righteousness;
Teach my lips your name to bless.
Sacrifice does not delight you,
Else my tribute I would bring;
Nor do you take any pleasure
In a whole burnt offering.
Contrite heart as sacrifice
You, O God, will not despise

(part sung starts in 1.40 min.)

Wijsheid

[English version]

Het evangelie naar Matteus hoofdstuk 11, vers 16 tot 19.

16 Waarmee zal ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen:
17 “Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen, toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet rouwen.”
18 Want toen Johannes kwam, en niet at en dronk, zei men: “Hij is door een demon bezeten.” 19 Nu is de Mensenzoon gekomen, hij eet en drinkt wel, en nu zegt men: “Kijk toch eens, wat een veelvraat, wat een dronkaard, die vriend van tollenaars en zondaars.” En toch is de Wijsheid door heel haar optreden in het gelijk gesteld.’

Een van Christus’ schone namen luidt ‘wijsheid’ (1 Kor. 1:24). Door Hem zijn we ‘rechtvaardig’ en ‘heilig’ (1 Kor. 1:30).

Er zit wijsheid in het door Allah voorgeschreven vasten, leert de islam. ’t Is gezond: je lichaam wordt gezuiverd van afvalstoffen; wie weet val je af. Samen het vasten verbreken bij het dalen van het duister werkt samenbindend. Je traint discipline en uithoudingsvermogen. Je leert meeleven met hongerige medemensen.

Met nieuwe maan breekt het Suikerfeest aan. Dit ‘kleine feest’ wordt uitbundig gevierd met lekker eten, geurtjes, nieuwe kleren en cadeautjes. ’t Is gelukt: lange zomerdagen van dageraad tot donker niets nuttigen.

Johannes vastte, Jezus feestte. Johannes wees zondaren terecht, Jezus at met hen. Beiden vielen niet in de smaak. Johannes verklaarden ze voor gek, Jezus maakten ze uit voor ‘vreetzak’ en ‘drinkebroer’. Kinderachtig. Net kinderen die geen bruiloftje en geen begrafenisje willen spelen. Juist in de combinatie van de soberheid van Jezus’ voorloper en de uitbundigheid van Johannes’ meester zat goddelijke wijsheid.

De doop in Christus toont onze vuilheid én zuiverheid. Heel wijs! Bewijs? Mensen met feestkleren op ‘de bruiloft van het lam’ (Op. 19:7-8). Vasten is verstandig als het je blik richt op Jezus die standhield en het kruis op zich nam (Heb. 12:2). Hij zei: ‘Ik heb dorst’ (Joh. 19:28). Jij mag drinken van ‘het water dat leven geeft’ (Op. 22:17).

‘Schep, o God, een zuiver hart in mij,’ staat in Psalm 51:12.

Waarom vast een christen?
Zingen: Psalm 51:3

Red mij van bloedschuld, God die mij bevrijdt,
leg op mijn tong de lof van uw genade.
Open mijn lippen, Heer, ik prijs uw daden
voor heel uw volk met liedren wijd en zijd.
Niet aan het altaar wordt mijn schuld geboet,
geen offerdier, hoe gaaf ook, kan die dragen,
het offer van een diep gewond gemoed
en een gebroken hart zal U behagen.

29 augustus 2011

Israël

[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 6, vers 11 tot 18.

11 U ziet het aan de grote letters: ik schrijf u nu eigenhandig. 12 Degenen die er zo op aandringen dat u zich laat besnijden, willen alleen een goede indruk maken en voorkomen dat ze worden vervolgd omwille van het kruis van Christus. 13 Ze zijn voor de besnijdenis maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan. 14 Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld. 15 Het is volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is, belangrijk is dat men een nieuwe schepping is. 16 Laat er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf blijven, en voor het Israël van God. 17 En laat voortaan niemand mij meer tegenwerken, want ik draag de littekens van Jezus in mijn lichaam. 18 Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen.

De naam Israël valt slechts eenmaal in de Galatenbrief en valt dus op. Eerder ging het over Joden (2:13-15). Waaraan denkt Christus’ dienaar bij ‘het Israël van God’? Niet aan de ene kerk voor Joden en Grieken (3:28). In het begin én aan het eind wenst hij salaam (sjaloom) toe aan alle lezers, maar… speciaal aan het biologisch nageslacht van Jakob.

Jodenchristenen – zoals Paulus zelf! (Fil. 3:5) – hebben een aparte status. Israël is niet vervangen door de kerk. (Nog minder joden- en christendom door islam!) Gods volk is ook niet opgegaan maar getransformeerd in een wereldwijde geloofsgemeenschap.

Profetieën over Israëls kinderen, talrijk als ‘strandkorrels’ (Gen. 22:17; Hos. 2:1), werden werkelijkheid doordat mensen uit alle windstreken zich voegden bij ‘Gods Israël’. Alleen, Israëls hoofdstad is niet meer het húidige, maar het hémelse Jeruzalem (4:25). De besnijdenis bepaalt niet meer Israëls identiteit, Paulus is gestigmatiseerd door zijn doop (3:27). En zoals hij met hoofdletters zijn brief ondertekent, is hijzelf getekend door littekens als gevolg van vervolging om Jezus’ wil.

De Galaten moesten zich niet laten intimideren door Joodse broeders die – uit angst voor ‘valse’ Israëlieten – hen wilden dwingen tot de besnijdenis. Christenen moeten nooit – bang om moslims voor het hoofd te stoten – het evangelie van haar ‘aanstoot’ (1 Kor. 1:23) ontdoen. Ware vrede (Kol. 1:20) en eigenwaarde ontleen je aan het kruis van Jezus Christus.

Zou ‘water bij de wijn doen’ het gesprek tussen moslims en christenen niet juist hinderen?
Psalm 128:3

Gods zegen moog’ u hoeden uit Sion, stad van Hem,
opdat u ziet het goede van zijn Jeruzalem.
U ziet ook op uw bede uw nageslacht met vreugd.
God geve toch de vrede, die Israël verheugt.

Israel

[Nederlandse versie]

Paul’s letter to the Galatians, chapter 6, verses 11-18

11 See what large letters I use as I write to you with my own hand! 12 Those who want to impress people by means of the flesh are trying to compel you to be circumcised. The only reason they do this is to avoid being persecuted for the cross of Christ. 13 Not even those who are circumcised keep the law, yet they want you to be circumcised that they may boast about your circumcision in the flesh. 14 May I never boast except in the cross of our Lord Jesus Christ, through which the world has been crucified to me, and I to the world. 15 Neither circumcision nor uncircumcision means anything; what counts is the new creation. 16 Peace and mercy to all who follow this rule—to the Israel of God. 17 From now on, let no one cause me trouble, for I bear on my body the marks of Jesus.18 The grace of our Lord Jesus Christ be with your spirit, brothers and sisters. Amen.

The name ‘Israel’ only occurs once in the letter to the Galatians and therefore catches the eye. Earlier on, it was about Jews (2:13-15). What is Christ’s servant thinking of by “the Israel of God”? Not of that one church for Jews and Greeks (3:28). At the start and at the end he wishes all his readers salam (shalom), but… in particular to the biological offspring of Jacob. Judaic Christians – such as Paul himself! (Fil. 3:5) – have a special status: Israel has not been replaced by the church. (even less Judaism and Christianity because of the Islam!) God’s people has not dissolved, it has transformed into a worldwide community of believers.

Prophecies about the children of Israel, numerous as “sand on the seashore” (Gen. 22:17; Hos. 2:1) became reality because people of all wind directions joined up with “God’s Israel”. Except, Israel’s capital is not anymore the current, but the heavenly Jerusalem (4:25). The circumcision does no longer determine Israel’s identity, Paul is stigmatised by his baptism (3:27). And, like he signs his letter in upper case, he himself is marked with scars as a result of persecution by the will of Jesus.

The Galatians should not have felt intimidated by Jewish brethren who – out of fear of ‘false’ Israelites – wanted to force them into circumcision. Christians should never – out of fear to affront Muslims – discard the “stumbling block” (1 Cor. 1:23) of the gospel. True peace (Col. 1:20) and self esteem, is derived from the cross of Jesus Christ.

Would making compromises not impede on the dialogue between Muslims and Christians?
Psalm to sing/read 128:3

May you behold Jerus’lem’s good;
From Zion may God’s blessing flow.
Your children’s children may you see.
May God on Is’rel peace bestow!

28 augustus 2011

Een veilig nest

[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 6, vers 6 tot 10.

6 Wie onderwezen wordt, moet al het goede dat hij bezit met zijn leermeester delen. 7 Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8 Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. 9 Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. 10 Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.

Vandaag zijn christenen in de kerk onder elkaar. Nou ja, ónder elkaar… Ze verschijnen mét elkaar voor God. Maar ze ontmoeten eerder geestelijke familieleden dan buitenstaanders. In het bijzonder voor hén dien je dus goed te zijn. Maar… hebben ongelovigen die aandacht niet méér nodig?

De geestelijke en materiële zorg binnen de kerk hoeft niet perfect te zijn, voordat christenen met het evangelie naar buiten kunnen treden. Zulke activiteiten doen overigens ook het interne gemeenteleven goed. Maar wanneer je mensen bij je thuis wilt uitnodigen, moet het er wel goed toeven zijn. Als kerkmensen ‘elkaar aanvliegen’ (Gal. 5:15), zijn gasten gauw uitgevlogen. Joden- en heidenchristenen moesten elkaar leren accepteren. De oogst van tweespalt is een onaantrekkelijke gemeente.

Onderlinge afstotingsverschijnselen stoten ook anderen af. Vooral voormalige moslims hebben behoefte aan een warm en veilig nest. Dikwijls wordt ’s zondags gecollecteerd voor kerk en diaconie. Het is voluit bijbels om je dank te uiten voor de bediening van de ‘geestelijke genademiddelen’ door te voorzien in het levensonderhoud van de evangeliedienaars (zie 1 Tim. 5:17-18). Eveneens door offervaardigheid die moet voorkomen dat leden van Christus’ gemeente armoede lijden. Het zal een ander goed doen te merken dat men er goed voor elkaar is.

‘Laten we elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten elkaar juist bemoedigen’ (Heb. 10:24-25).
Gezang 63:3

Heer, laat uw liefde
door alle ranken stromen.
Dan groeien wij in weer en wind,
terwijl de wijnstok ons verbindt.
Dan zal naar alle zijden
de liefde zich verspreiden:
met heel veel mensen, groot en klein,
viert God het feest van nieuwe wijn.

A safe haven

[Nederlandse versie]

Paul’s letter to the Galatians, chapter 6, verses 6-10

6 Nevertheless, the one who receives instruction in the word should share all good things with their instructor. 7 Do not be deceived: God cannot be mocked. A man reaps what he sows. 8 Whoever sows to please their flesh, from the flesh will reap destruction; whoever sows to please the Spirit, from the Spirit will reap eternal life. 9 Let us not become weary in doing good, for at the proper time we will reap a harvest if we do not give up. 10 Therefore, as we have opportunity, let us do good to all people, especially to those who belong to the family of believers.

Today Christians are amongst one another in church. Amongst, as in: surrounded by, mingled in with. To appear for God in one another’s company. No outsiders, they are meeting one another as spiritual family members. But… should they not give more attention to the non-believers, who are more in need?

The spiritual and material care within a church does not need to be perfect in order for Christians to reach out with the gospel. Such activities are actually good for the internal life of the community, too. But when you want to invite others over at home, it needs to be a place where one can enjoy hanging out. If members of a church “bite and devour” one another (Gal. 5:15), guests will soon fly. Judaic and pagan Christians had to learn to accept one another. The harvest of discord is an unattractive congregation.

Mutual phenomena of rejection will push off others as well. Especially former Muslims are craving a warm and safe haven. Often on a Sunday, collections are held for church and pastoral care. It is fully biblical to utter gratefulness by the service of “spiritual sacraments”, by taking care of the livelihood of servants of the gospel (cf. 1 Tim. 5:17-18). Also by the ability to sacrifice, to avoid that members of Christ’s community suffer from poverty. It will make others glad to see that people are good to one another.

‘And let us consider how we may spur one another on toward love and good deeds, not giving up meeting together, as some are in the habit of doing, but encouraging one another—and all the more as you see the Day approaching.’ (Heb. 10:24-25)
To sing: Come Down, O Love Divine, verse 2, 4

O let it freely burn, til earthly passions turn
To dust and ashes in its heat consuming;
And let Thy glorious light shine ever on my sight,
And clothe me round, the while my path illuming.

And so the yearning strong, with which the soul will long,
Shall far outpass the power of human telling;
For none can guess its grace, till he become the place
Wherein the Holy Spirit makes His dwelling.

27 augustus 2011

Breng ons niet in beproeving

[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 6, vers 1 tot 5.

1 Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid. 2 Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na. 3 Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. 4 Laat iedereen zijn eigen daden toetsen, dan heeft hij misschien iets om trots op te zijn, zonder zich er bij anderen op te laten voorstaan. 5 Want ieder mens moet zijn eigen last dragen.

Spreekt Paulus zichzelf tegen? Wat is het nu? Moet jij tillen aan andermans problemen of is het ieder z’n eigen pakkie-an?

Moslims beklemtonen dat het onbestaanbaar is dat de één opdraait voor de zonden van de ander. Dat Christus in jouw plaats stierf aan het kruis, kan niet waar zijn. Ze wijzen op Ezechiël 18:20: ‘Wie rechtvaardig is wordt als een rechtvaardige behandeld, en een slecht mens wordt voor zijn slechte daden gestraft.’

Inderdaad, iedereen moet ‘zijn eigen last dragen’. Psalm 49:8 zegt: ‘Geen mens kan een ander vrijkopen.’ God zij dank is er één uitzondering: Christus. Door de overtreding van Adam moesten alle mensen sterven, dankzij Jezus Christus is er vrijspraak (Rom. 5:12-21).

Je kunt de verantwoordelijkheid voor je zonden niet afschuiven op anderen. Intussen moet een christen andersom wel iets met de zonden zijn of haar broeders en zusters. Níet zichzelf met hen vergelijken: van de zonden van de ander word jij niets beter. Wél de naaste van dienst zijn.

Zachtmoedigheid is een vrucht van de Geest (Gal. 5:23). Geestelijke mensen laten iemand die zich laat meesleuren door natuurlijke verlangens en in zonde valt, niet vallen maar helpen hem op de been. Ze dragen elkaars lasten. Op die manier brengen ze Gods wet, door Christus uitgelegd en voorgeleefd, in praktijk. Het past precies bij wat Jezus voorbad: ‘Breng óns niet in beproeving.’

Wat is volgens artikel 72 van de kerkorde het doel van
kerkelijke tucht?[1]
Psalm 141:5

Slaat men mij in trouw aan de HERE,
als olie op mijn hoofd zal ‘t zijn,
een liefdedaad, een zoete pijn
waarvan ik mij niet af zal keren.


[1] Artikel 72 van de kerkorde: [De kerkelijke tucht] heeft ten doel dat de zondaar met God en zijn naaste verzoend wordt…

Lead us not into temptation

[Nederlandse versie]

Paul’s letter to the Galatians, chapter 6, verses 1-5

1 Brothers and sisters, if someone is caught in a sin, you who live by the Spirit should restore that person gently. But watch yourselves, or you also may be tempted. 2 Carry each other’s burdens, and in this way you will fulfill the law of Christ. 3 If anyone thinks they are something when they are not, they deceive themselves. 4 Each one should test their own actions. Then they can take pride in themselves alone, without comparing themselves to someone else, 5 for each one should carry their own load.

Is Paul contradicting himself? Now what is it? Does one have to carry someone else’s problems or is it each one to them?

Muslims emphasise it is absolutely impossible that one turns up for the sins of another. Christ dying on a cross in your place, cannot be true. They point at Ezekiel 18:20: “The righteousness of the righteous will be credited to them, and the wickedness of the wicked will be charged against them.”

Indeed, everyone need to ‘carry their own load’. Psalm 49:7 says: “No man can redeem the life of another or give to God a ransom for him”. Thank God there is one exception: Christ. Thanks to Adam all had to die, thanks to Christ there is acquittal (Rom. 5:12-21).

You cannot push off your liability for your sins to others. At the same time however, a Christian does vice versa have something to do with the sins of its brothers and sister. Not to compare themselves with them: someone else’s sin does not make you any better. But to serve your neighbour.

Gentleness is a fruit of the spirit (Gal. 5:23). When someone is dragged along by natural desires and falls prey to committing sin, spiritual people do not let this person down, but help him out. They bear one another’s load. In that way, they put God’s law, explained and demonstrated by Christ, into practice. It exactly suits with how Jesus taught us to pray: “lead us not into temptation”

Why would churches practice ordinance?
Psalm to read: 141:5

A righteous friend’s rebuke
Will be a soothing balm;
Such blows, in kindness aimed at me,
Will never do me harm

Gedachten van een fundamentalist

Het drama dat zich op 22 juli 2011 voltrok in Noorwegen heeft de wereld geschokt en in verwarring gebracht. Onderzoeken en rechtszaken zijn gestart, maar de pijn en het gemis in de levens van de nabestaanden zal altijd voelbaar blijven.

Deze misère is aangericht door Anders Behring Breivik, een jongeman die zichzelf ‘(christen)fundamentalist’ noemde. Hoewel de discussie over de inhoud van Breiviks christen-zijn genuanceerd gevoerd wordt (Breivik zelf gaf aan niet meer dan een ‘cultureel-christen’ te zijn), blijft het gesprek over ‘fundamentalisme’ onduidelijk. Hoewel de term ‘fundamentalist’ in de volksmond al lange tijd niet als compliment opgevat werd, heeft dit woord na het drama in Noorwegen nog een extra lading gekregen: blijkbaar staat ‘fundamentalist’ niet gelijk aan ‘moslim’.

Wat bijdraagt aan de onduidelijkheid over de term ‘fundamentalisme’, is dat een heldere definitie ontbreekt. Van Dale omschrijft ‘fundamentalisme’ als: ‘uiterst orthodoxe theologische richting’. De term ‘fundamentalist’ wordt doorgaans gebruikt om iemand aan te duiden die vasthoudt aan ‘één onwrikbare waarheid’, met ‘een visie op de ander als vijand’[1], waarbij desnoods van geweld gebruik gemaakt mag worden. Op deze wijze is de term ‘fundamentalist’ verworden tot een term die de oorspronkelijke betekenis niet dekt. Fundamentalisme wil, zoals de naam zegt, teruggaan naar het fundament.[2] Een vraag die dan naar voren komt, is: naar welk fundament ga je terug? En: is ‘orthodoxie’ inderdaad hetzelfde als ‘fundamentalisme’, zoals Van Dale suggereert? En zo ja, vormt orthodoxie c.q. fundamentalisme een gevaar voor de samenleving?

In West-Europa vandaag de dag zijn doorgaans allerlei visies geoorloofd: atheïsme, polytheïsme, liberalisme. De visie van de orthodoxie (orthos: juist/waar; doxa: leer/aanbidding) wordt, meer nog sinds de gebeurtenissen in Noorwegen, als problematisch gezien, en past niet in het rijtje van getolereerde visies. ‘De intolerantie van de tolerantie,’ wordt het wel genoemd: de grenzen van de tolerantie zijn bereikt wanneer bepaalde groepen beweren de waarheid in pacht te hebben. En of deze ‘orthodoxen’ nu moslim, christen, of wat dan ook zijn, is niet zo relevant.

Meer nog na het drama in Noorwegen, gaan er kritische vragen op of orthodoxie niet als gevaar voor de samenleving gezien moet worden. Mijns inziens onterecht! Ik wil ervoor pleiten dat orthodoxie geen gevaar, maar een bouwsteen voor de samenleving is.

Bij Het Kruispunt (een studie- en ontmoetingscentrum voor christenen en moslims) hanteren we een aantal belangrijke stellingen m.b.t. de methodologie van de dialoog. Eén van deze stellingen is dat in de ontmoeting tussen mensen met verschillende (geloofs-)overtuigingen pijn lijden onvermijdelijk is. Pijn die niet het gevolg is van geweld, maar innerlijke pijn die voelbaar is wanneer een ander niet datgene accepteren kan waar jouw hart zo vervuld van is.

Een veelgehoorde visie is dat er eenheid en vrede ontstaat wanneer gezocht wordt naar een zo groot mogelijke gemene deler. Hiertegen zou ik een krachtig geluid willen laten klinken: wanneer verschillen in religieuze opvattingen tussen mensen gereduceerd worden tot noodzakelijkerwijs oppervlakkige overeenkomsten, vindt er een hartaanval plaats op de diepste kern van de mens. Eenheid en vrede worden zeker niet bereikt als mensen gefrustreerd raken wanneer hun diepste overtuigingen niet goed begrepen worden. Hooguit mensen die ‘om de lieve vrede’ graag kijken naar gelovigen die een masker dragen om de innerlijke overtuiging te vermommen zijn blij wanneer enkel gesproken wordt over vluchtige gelijkenissen.

Het is onverstandig, en zelfs schadelijk, om verschillen in overtuiging te verbloemen. Gemaskeerde overtuigingen blijven onderhuids bestaan, waardoor openlijk deelnemen aan een plurale maatschappij onmogelijk wordt gemaakt. In de plurale maatschappij van West-Europa, die door globalisering ook niet meer anders zal worden, is pijn lijden onvermijdelijk wanneer mensen bereid zijn elkaar wérkelijk te ontmoeten. Wanneer we die pijn uit de weg willen gaan, komen we dan niet opnieuw terecht in de valkuil waar het fundamentalisme eerder ook eens kwam: separationisme – afzondering van eenieder die niet dezelfde visie toegedaan is? Als christenfundamentalist wil ik juist in de plurale maatschappij van vandaag staan. Ik wil mijn diepste overtuiging niet hoeven maskeren. Werkelijk christenfundamentalisme is niet los verkrijgbaar van de bereidheid in navolging van Christus pijn te lijden in de ontmoeting met de ander. Als orthodox christen, als christenfundamentalist is het mijn wens om een eerlijke dialoog aan te gaan. Mijn motivatie hiervoor is navolging van Christus. Moslim, atheïst, liberaal: oordeel zelf of dat een gevaar of juist een bouwsteen voor de samenleving is.

Orthodoxie en fundamentalisme worden vaak op één lijn gesteld; gezien voorgaande definiëring van beide begrippen is dat mijns inziens niet onterecht. En met díé waarde eraan toegekend, ben ik met trots orthodox, een fundamentalist als je wenst. Orthodox omdat juiste leer omtrent en juiste aanbidding van Jezus Christus het hart vormen van mijn geloof. Fundamentalist omdat ik wens te bouwen op het fundament dat door God Zelf gelegd is: Jezus Christus.

Augustus 2011

Erika van Nes-Visscher; MA Theologie,medewerkster bij Het Kruispunt, www.hetkruis.org

Het Kruispunt is een studie- en ontmoetingscentrum voor christenen om met moslims in gesprek te gaan. Vanuit dit centrum worden activiteiten en projecten georganiseerd en ondersteund die gericht zijn op de studie van christendom en islam en de ontmoeting van christenen met moslims.


[1] Dergelijke aanduidingen worden gebruikt in de volkstaal, als ook in het wetenschappelijk discours. Zie bijvoorbeeld: Poorthuis, M.J.H.M, Dialoog tussen de religies: Toekomst of verleden tijd?, Rede uitgesproken bij de openbare aanvaarding van het ambt van hoogleraar in de theologie aan Tilburg University, 6 april 2011 (http://marcelpoorthuis.nl/documents/11-04-06-oratie.pdf, accessed: August 2011).

[2] Interessant gegeven is dat de term een christelijke oorsprong heeft. De beweging van het christelijk fundamentalisme begon aan het eind van de 19e eeuw in Noord-Amerika, en was een reactie van orthodoxe protestanten tegen de groei van het liberaal protestantisme die in haar theologie sterk beïnvloed werd door het Verlichtingsdenken. In de loop van de 20e eeuw veranderde het oorspronkelijke christelijk fundamentalisme echter drastisch, en stond het een sterk separationisme voor. Het fundamentalisme veranderde in een afscheiden van alles wat niet strookte met het ‘fundament’: absolute foutloosheid van de tekst van de Bijbel. Een erg wankel fundament om op te bouwen.
Zie bijvoorbeeld: R.E. Olson, A-Z of Evangelical Theology, London, SCM Press, 2005.

26 augustus 2011

Night of Power

[Nederlandse versie]

The Gospel to Luke, chapter 2, verses 1 – 14.

1About that time Emperor Augustus gave orders for the names of all the people to be listed in record books. 2These first records were made when Quirinius was governor of Syria.3Everyone had to go to their own hometown to be listed. 4So Joseph had to leave Nazareth in Galilee and go to Bethlehem in Judea. Long ago Bethlehem had been King David’s hometown, and Joseph went there because he was from David’s family. 5Mary was engaged to Joseph and traveled with him to Bethlehem. She was soon going to have a baby, 6and while they were there, 7she gave birth to her first-born son. She dressed him in baby clothes and laid him on a bed of hay, because there was no room for them in the inn. 

8That night in the fields near Bethlehem some shepherds were guarding their sheep. 9All at once an angel came down to them from the Lord, and the brightness of the Lord’s glory flashed around them. The shepherds were frightened. 10But the angel said, “Don’t be afraid! I have good news for you, which will make everyone happy. 11This very day in King David’s hometown a Savior was born for you. He is Christ the Lord. 12You will know who he is, because you will find him dressed in baby clothes and lying on a bed of hay.” 13Suddenly many other angels came down from heaven and joined in praising God. They said:

14“Praise God in heaven! Peace on earth to everyone who pleases God.”

Today something entirely different: no Galatians, but a story from the start of the Gospel according to Luke. And also a passage of the scripture that feels like it is more appropriate for a winter’s day than a summer’s day. Today is not but a day. Rather: it is – at least to Muslims – a very special night. They recognise the first ‘descend’ of the Kur’an, as described in Sura 97, Al Kadr.

The similarities with the just read bible passage are striking. Both passages are about a gift from heaven and is about angels and peace. But while Muslims commemorate the descend of the Kur’an during their Lailat al Qadr – night of power-, when it is Christmas eve, Christians celebrate that God’s eternal Word did not become a book, but – much more splendid – a human being!

To Muslims, the 27th night of the month Ramadan is the most holy night of the most holy month. The most valuable night of the Islamic ‘ecclesiastical year’, is “better than a thousand months”. The result of the prayers they send up tonight is –so they are of the opinion – greater than a thousand months, i.e. eighty three years of prayer.

“Peace on earth” is what the shepherds hear in the holy Christmas night wherein a heavenly army broke the silence with the “Glory to God”. For two millennia millions have been blessed by the child that came unto the world, David’s long expected son.

While Jesus is God’s Word in person to Christians, Muslims have to do with Kur’an. Instead of the Bible, they have Muhammad. In Islam a deceased prophet takes you to a book. Through the holy scripture, the Holy Spirit guides you to your living Saviour.
To sing/listen to: “Glory to God”, from Messiah, G.F. Händel.

Glory to God in the highest, and peace on earth, goodwill towards men.

  1. Pagina's:
  2. 1
  3. 2
  4. 3
  5. 4
  6. 5
  7. 6
  8. 7