[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 1, vers 18 tot 24

18 Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken. 19 Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer. 20 God is mijn getuige dat ik u de waarheid schrijf. 21 Daarna ging ik naar het kustgebied van Syrië en van Cilicië. 22 De Christengemeenten in Judea hadden mij nog nooit ontmoet, 23 maar iedereen had over mij horen vertellen: ‘De man die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij toen probeerde uit te roeien.’ 24 En zij prezen God om mij.

Wonderbaarlijk, Paulus’ bekering. Maar niet uniek. Er zijn mensen die overtuigd moslim waren maar vandaag hartstochtelijk het evangelie uitdragen. Onder hen zijn geleerden die vooraanstaande posities innamen aan islamitische instituten. Anderen ontvingen de doop en zijn nu moslim. Dat is niét zo’n wonder: zelfbedachte religies zijn menselijkerwijs acceptabeler. En terwijl de kosten van bekering tot Christus hoog kunnen zijn, draagt je van Hem afkeren doorgaans weinig risico van wraak van je familie of voormalige broeders.

Na zijn wedergeboorte sloot Paulus zich niet aan bij een Joods-christelijke kerk in Jeruzalem of elders in Judea. Van de Ismaëlieten in Arabia reisde hij naar de heidenen in Syrië en Cilicië. Naar Tarsus en omstreken aan de zuidkust van het huidige Turkije, waar hij ter wereld kwam. Ook daarna zou hij, geleid door de Geest, zijn eigen gang gaan. Door Klein-Azië, naar Europa. Niet om verschil in geloofsopvatting met andere apostelen. God had voor deze nieuw gerekruteerde strijder een eigen order.

De christenen in stad en ommeland wisten niet eens hoe Paulus eruit zag. Toch was hij spoedig overbekend. Hoe reageerden ze? Triomfantelijk om deze op de Joden veroverde trofee? Vonden ze Paulus geweldig? Welnee, ze prezen God. Moslims zeggen dikwijls el hemdu lillah: lof voor Allah, God zij dank. Insgelijks luidde de reactie van de Judese christenen toen ze hoorden wat Saulus overkomen was: ‘Ere zij God.’

Bekeringen organiseer je niet, ze zijn aan God te danken.
Gezang 140:1

Alle roem is uitgesloten.

Onverdiende zaligheen
heb ik van mijn God genoten,
‘k roem in vrije gunst alleen.
Ja, eer ik nog was geboren,
eer Gods hand die alles schiep
iets uit niets tot aanzijn riep,
heeft zijn liefde mij verkoren:
God is liefd’ o englenstem,
mensentong, verheerlijkt Hem!

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] [Nederlandse versie] Paul’s letter to the Galatians, chapter 1, verses 18 – 24 […]

Reacties zijn gesloten.