[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 6, vers 6 tot 10.

6 Wie onderwezen wordt, moet al het goede dat hij bezit met zijn leermeester delen. 7 Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8 Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. 9 Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. 10 Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.

Vandaag zijn christenen in de kerk onder elkaar. Nou ja, ónder elkaar… Ze verschijnen mét elkaar voor God. Maar ze ontmoeten eerder geestelijke familieleden dan buitenstaanders. In het bijzonder voor hén dien je dus goed te zijn. Maar… hebben ongelovigen die aandacht niet méér nodig?

De geestelijke en materiële zorg binnen de kerk hoeft niet perfect te zijn, voordat christenen met het evangelie naar buiten kunnen treden. Zulke activiteiten doen overigens ook het interne gemeenteleven goed. Maar wanneer je mensen bij je thuis wilt uitnodigen, moet het er wel goed toeven zijn. Als kerkmensen ‘elkaar aanvliegen’ (Gal. 5:15), zijn gasten gauw uitgevlogen. Joden- en heidenchristenen moesten elkaar leren accepteren. De oogst van tweespalt is een onaantrekkelijke gemeente.

Onderlinge afstotingsverschijnselen stoten ook anderen af. Vooral voormalige moslims hebben behoefte aan een warm en veilig nest. Dikwijls wordt ’s zondags gecollecteerd voor kerk en diaconie. Het is voluit bijbels om je dank te uiten voor de bediening van de ‘geestelijke genademiddelen’ door te voorzien in het levensonderhoud van de evangeliedienaars (zie 1 Tim. 5:17-18). Eveneens door offervaardigheid die moet voorkomen dat leden van Christus’ gemeente armoede lijden. Het zal een ander goed doen te merken dat men er goed voor elkaar is.

‘Laten we elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten elkaar juist bemoedigen’ (Heb. 10:24-25).
Gezang 63:3

Heer, laat uw liefde
door alle ranken stromen.
Dan groeien wij in weer en wind,
terwijl de wijnstok ons verbindt.
Dan zal naar alle zijden
de liefde zich verspreiden:
met heel veel mensen, groot en klein,
viert God het feest van nieuwe wijn.