Het drama dat zich op 22 juli 2011 voltrok in Noorwegen heeft de wereld geschokt en in verwarring gebracht. Onderzoeken en rechtszaken zijn gestart, maar de pijn en het gemis in de levens van de nabestaanden zal altijd voelbaar blijven.

Deze misère is aangericht door Anders Behring Breivik, een jongeman die zichzelf ‘(christen)fundamentalist’ noemde. Hoewel de discussie over de inhoud van Breiviks christen-zijn genuanceerd gevoerd wordt (Breivik zelf gaf aan niet meer dan een ‘cultureel-christen’ te zijn), blijft het gesprek over ‘fundamentalisme’ onduidelijk. Hoewel de term ‘fundamentalist’ in de volksmond al lange tijd niet als compliment opgevat werd, heeft dit woord na het drama in Noorwegen nog een extra lading gekregen: blijkbaar staat ‘fundamentalist’ niet gelijk aan ‘moslim’.

Wat bijdraagt aan de onduidelijkheid over de term ‘fundamentalisme’, is dat een heldere definitie ontbreekt. Van Dale omschrijft ‘fundamentalisme’ als: ‘uiterst orthodoxe theologische richting’. De term ‘fundamentalist’ wordt doorgaans gebruikt om iemand aan te duiden die vasthoudt aan ‘één onwrikbare waarheid’, met ‘een visie op de ander als vijand’[1], waarbij desnoods van geweld gebruik gemaakt mag worden. Op deze wijze is de term ‘fundamentalist’ verworden tot een term die de oorspronkelijke betekenis niet dekt. Fundamentalisme wil, zoals de naam zegt, teruggaan naar het fundament.[2] Een vraag die dan naar voren komt, is: naar welk fundament ga je terug? En: is ‘orthodoxie’ inderdaad hetzelfde als ‘fundamentalisme’, zoals Van Dale suggereert? En zo ja, vormt orthodoxie c.q. fundamentalisme een gevaar voor de samenleving?

In West-Europa vandaag de dag zijn doorgaans allerlei visies geoorloofd: atheïsme, polytheïsme, liberalisme. De visie van de orthodoxie (orthos: juist/waar; doxa: leer/aanbidding) wordt, meer nog sinds de gebeurtenissen in Noorwegen, als problematisch gezien, en past niet in het rijtje van getolereerde visies. ‘De intolerantie van de tolerantie,’ wordt het wel genoemd: de grenzen van de tolerantie zijn bereikt wanneer bepaalde groepen beweren de waarheid in pacht te hebben. En of deze ‘orthodoxen’ nu moslim, christen, of wat dan ook zijn, is niet zo relevant.

Meer nog na het drama in Noorwegen, gaan er kritische vragen op of orthodoxie niet als gevaar voor de samenleving gezien moet worden. Mijns inziens onterecht! Ik wil ervoor pleiten dat orthodoxie geen gevaar, maar een bouwsteen voor de samenleving is.

Bij Het Kruispunt (een studie- en ontmoetingscentrum voor christenen en moslims) hanteren we een aantal belangrijke stellingen m.b.t. de methodologie van de dialoog. Eén van deze stellingen is dat in de ontmoeting tussen mensen met verschillende (geloofs-)overtuigingen pijn lijden onvermijdelijk is. Pijn die niet het gevolg is van geweld, maar innerlijke pijn die voelbaar is wanneer een ander niet datgene accepteren kan waar jouw hart zo vervuld van is.

Een veelgehoorde visie is dat er eenheid en vrede ontstaat wanneer gezocht wordt naar een zo groot mogelijke gemene deler. Hiertegen zou ik een krachtig geluid willen laten klinken: wanneer verschillen in religieuze opvattingen tussen mensen gereduceerd worden tot noodzakelijkerwijs oppervlakkige overeenkomsten, vindt er een hartaanval plaats op de diepste kern van de mens. Eenheid en vrede worden zeker niet bereikt als mensen gefrustreerd raken wanneer hun diepste overtuigingen niet goed begrepen worden. Hooguit mensen die ‘om de lieve vrede’ graag kijken naar gelovigen die een masker dragen om de innerlijke overtuiging te vermommen zijn blij wanneer enkel gesproken wordt over vluchtige gelijkenissen.

Het is onverstandig, en zelfs schadelijk, om verschillen in overtuiging te verbloemen. Gemaskeerde overtuigingen blijven onderhuids bestaan, waardoor openlijk deelnemen aan een plurale maatschappij onmogelijk wordt gemaakt. In de plurale maatschappij van West-Europa, die door globalisering ook niet meer anders zal worden, is pijn lijden onvermijdelijk wanneer mensen bereid zijn elkaar wérkelijk te ontmoeten. Wanneer we die pijn uit de weg willen gaan, komen we dan niet opnieuw terecht in de valkuil waar het fundamentalisme eerder ook eens kwam: separationisme – afzondering van eenieder die niet dezelfde visie toegedaan is? Als christenfundamentalist wil ik juist in de plurale maatschappij van vandaag staan. Ik wil mijn diepste overtuiging niet hoeven maskeren. Werkelijk christenfundamentalisme is niet los verkrijgbaar van de bereidheid in navolging van Christus pijn te lijden in de ontmoeting met de ander. Als orthodox christen, als christenfundamentalist is het mijn wens om een eerlijke dialoog aan te gaan. Mijn motivatie hiervoor is navolging van Christus. Moslim, atheïst, liberaal: oordeel zelf of dat een gevaar of juist een bouwsteen voor de samenleving is.

Orthodoxie en fundamentalisme worden vaak op één lijn gesteld; gezien voorgaande definiëring van beide begrippen is dat mijns inziens niet onterecht. En met díé waarde eraan toegekend, ben ik met trots orthodox, een fundamentalist als je wenst. Orthodox omdat juiste leer omtrent en juiste aanbidding van Jezus Christus het hart vormen van mijn geloof. Fundamentalist omdat ik wens te bouwen op het fundament dat door God Zelf gelegd is: Jezus Christus.

Augustus 2011

Erika van Nes-Visscher; MA Theologie,medewerkster bij Het Kruispunt, www.hetkruis.org

Het Kruispunt is een studie- en ontmoetingscentrum voor christenen om met moslims in gesprek te gaan. Vanuit dit centrum worden activiteiten en projecten georganiseerd en ondersteund die gericht zijn op de studie van christendom en islam en de ontmoeting van christenen met moslims.


[1] Dergelijke aanduidingen worden gebruikt in de volkstaal, als ook in het wetenschappelijk discours. Zie bijvoorbeeld: Poorthuis, M.J.H.M, Dialoog tussen de religies: Toekomst of verleden tijd?, Rede uitgesproken bij de openbare aanvaarding van het ambt van hoogleraar in de theologie aan Tilburg University, 6 april 2011 (http://marcelpoorthuis.nl/documents/11-04-06-oratie.pdf, accessed: August 2011).

[2] Interessant gegeven is dat de term een christelijke oorsprong heeft. De beweging van het christelijk fundamentalisme begon aan het eind van de 19e eeuw in Noord-Amerika, en was een reactie van orthodoxe protestanten tegen de groei van het liberaal protestantisme die in haar theologie sterk beïnvloed werd door het Verlichtingsdenken. In de loop van de 20e eeuw veranderde het oorspronkelijke christelijk fundamentalisme echter drastisch, en stond het een sterk separationisme voor. Het fundamentalisme veranderde in een afscheiden van alles wat niet strookte met het ‘fundament’: absolute foutloosheid van de tekst van de Bijbel. Een erg wankel fundament om op te bouwen.
Zie bijvoorbeeld: R.E. Olson, A-Z of Evangelical Theology, London, SCM Press, 2005.