[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 2, vers 6 tot 10

6 De belangrijkste broeders – hun positie interesseert me trouwens niet, God slaat geen acht op het aanzien van een mens – hebben mij tot niets verplicht. 7 Integendeel, toen ze inzagen dat mij de verkondiging onder de heidenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus de verkondiging onder de besnedenen 8 – want zoals God Petrus kracht had gegeven voor zijn werk onder de Joden, zo had hij mij kracht gegeven voor mijn werk onder de onbesnedenen –, 9 en ze dus de genade onderkenden die mij geschonken was, toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die als steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen gaan, zij naar de besnedenen. 10 Onze enige verplichting was dat we de armen ondersteunden, en dat is ook precies waarvoor ik mij heb ingezet.

Petrus ontving kracht voor zijn werk onder de Joden, Paulus was Gods instrument om de Heer bekend te maken bij andere volken. Binnen Christus’ gemeente bestaan verschillende gaven. Er zijn ook allerlei taken. Gelukkig dat de heilige Geest de een hier- en de ander daarvoor bekwaamt. Wat is belangrijker: pastoraat binnen de kerk of het goede nieuws naar buiten brengen? Richten we ons op wie van Gods dienst vervreemd zijn of op aanhangers van andere religies? Vluchtelingen of migranten? Zorgen we als christelijke gemeente voor geloofsgenoten of voor mensen in de goot?

Onvruchtbare tegenstellingen. ’t Is goed dat christenen niet allemaal met hetzelfde bezig zijn. Niet dat ieder z’n éigen ‘ding’ moet doen. Met elkaar staat de gemeente voor Góds werk. Jakobus, Petrus en Johannes besteedden hun energie aan ‘inwendige zending’. Ze gaven Paulus vóór hij uit preken ging de rechterhand. Die ging met zijn charisma op pad maar hield oog voor behoeftige broeders en zusters van de Jeruzalemse moederkerk.

Tweeduizend jaar terug bestond er aandacht voor besnedenen binnen en onbesnedenen buiten. Vandaag wordt het onbesneden ‘eigen volk’ bediend én om besneden nieuwkomers gebeden. Dat zij ‘overbesneden’ mogen worden met ‘de besnijdenis van Christus’ (Kol. 2:11). De een bidt voor hen, de ander ontmoet hen: hangjongeren, analfabete moeders of hoogopgeleide moslims. Samen in dienst van Christus.

De islam kent vijf pilaren. Welke drie had Jeruzalem (vers 9)? Wie kan op jou bouwen?

Psalm 89:6

Wij loven, Heer, de macht van uw verheven hand,
Uw uitgestrekte arm houdt al uw werk in stand.
Gij hebt uw troon gegrond op recht en waarheid beide,
Als pijlers van uw heil, onwrikbaar door de tijden,
En als herauten gaan U voor op al uw schreden
Uw goedheid en uw trouw, O Vorst van onze vrede.