[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 5, vers 13 tot 16.

13 Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, 14 want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 15 Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden. 16 Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten.

‘Liefde’ is typisch christelijk, ‘gerechtigheid’ kenmerkend voor de islam. Wie dat zegt, moet het uitleggen. Beweren dat moslims niet liefhebben is oneerlijk en onzinnig. En gerechtigheid is ook een voluit bijbels woord. Moslims vrezen dat vertrouwen op het kruis een vrijbrief voor zonde is. Een excuus voor sociaal onrecht. Als Hij voor je zonden is gestorven, wat maakt jouw gedrag dan uit? Een enorm misverstand!

God gaf de Galaten de vrijheid. Besnijdenis en spijswetten waren onnodig om bij zijn volk te horen. Maar gelovigen van Joodse afkomst hoefden niet bang te zijn dat christenen met een heidense achtergrond zouden vervallen tot losbandigheid.

De liefde van Christus die gerechtigheid in de zin van vrijspraak geeft, maximaliseert juist gehoorzaamheid. Ze is de allersterkste stimulans tot liefde voor God en de naaste. Zo moesten gelovigen Gods geboden trouwens altijd al begrijpen. Als Jezus al Gods geboden samenvat met het bekende dubbelgebod, citeert Hij uit de boeken van Mozes (Mat. 22:37-40; Deut. 6:5; Lev. 19:18).

Als gerechtigheid in de zin van normen en regels een geloofsgemeenschap in de greep krijgt, krijg je onderlinge controle, rivaliteit, onverdraagzaamheid en ruzie. Een beestenbende werd het bij de Galaten. Dat is niet in de Geest van Christus. Waar Hij ruimte krijgt, bloeit liefde. Want de gezindheid van Christus Jezus stempelt de onderlinge omgang.

Leidt de leer van Christus’ zoenoffer tot goddeloosheid? (Zie Zondag 24, vraag en antwoord. 64, Heidelbergse Catechismus.) [1]
Zingen: Psalm 133:1

Komt, ziet, hoe goed, hoe lieflijk is ’t als zonen
van Isrels huis als broeders samenwonen,
in vrede bij elkander zijn.
Het is als olie, kostelijk en fijn,
die naar Gods heilig voorschrift is bereid,
waarmee de priester wordt gewijd.


[1] Vraag 64: Maakt deze leer de mensen niet zorgeloos en goddeloos? Antwoord: Zeker niet, want het is onmogelijk dat wie Christus door een echt geloof is ingeplant, geen vrachten van dankbaarheid zou voortbrengen.