[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 2, vers 15-21

15 Hoewel wij Joden van geboorte zijn en geen zondaars uit andere volken, 16 weten we dat niemand als rechtvaardige wordt aangenomen door de wet na te leven, maar door het geloof in Jezus Christus. Ook wij zijn tot geloof in Christus Jezus gekomen om daardoor, en niet door de wet, rechtvaardig te worden, want niemand wordt rechtvaardig door de wet na te leven. 17 En in ons streven om door Christus rechtvaardig te worden, blijkt dat wijzelf ook zondaars zijn. Betekent dit dat Christus dus in dienst staat van de zonde? Natuurlijk niet. 18 Maar wanneer ik weer aanneem wat ik had verworpen, maak ik van mezelf opnieuw een overtreder. 19 Want ik ben gestorven door de wet en leef niet langer voor de wet, maar voor God. Met Christus ben ik gekruisigd: 20 ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven. 21 Ik verwerp Gods genade niet; als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn.

De wet wordt in het Oude Testament wel met ‘weg’ aangeduid. Ook sjarie‘a betekent zoiets als weg. De islamitische religieuze wet is het pad in de woestijn dat naar de waterbron leidt. Ben je ongehoorzaam aan de goddelijke wetten, dan heb je geen leven. De sjarie‘a is de islamitische wet, gebaseerd op de Koran en de woorden en het gedrag van Mohammed. Net als de mozaïsche wetgeving bevat ze aanwijzingen voor zowel het religieuze als het maatschappelijke leven. De verhouding tot Allah en onderlinge relaties worden tot in detail geregeld door bepalingen van wat verplicht, aanbevelenswaardig, neutraal, afkeurenswaardig of verboden is.

De farizeeër Paulus laat zich nooit negatief uit over de wet op zich. Besneden zijn is prima. Ook na Pinksteren is niemand verplicht varkensvlees te eten. Alleen, zonder geloof in Jezus Christus schiet je niets op met gehoorzaamheid aan oude voorschriften. Jodenchristenen mochten er niet meer aan vastzitten, heidenchristenen waren ervan vrijgesteld. Wil je bij God komen? Geloof dan in Jezus. Hij is onze ‘sjarie‘a’.

Ten onrechte verdachten ongelovige Joden Paulus ervan dat hij tegen Mozes was (Hand. 21:21). Moslims op hun beurt begrijpen christenen niet wanneer ze menen dat geloven in Christus, die voor onze zonden stierf, tot bandeloosheid leidt. Zou dat kunnen als de opgestane Christus in je leeft?

Al volgt een moslim de sjarie‘a, dan nog is het afwachten of hij het paradijs bereikt. Het blijft insjallah: wanneer Allah het wil. Ben jij zeker van je behoud?
Zingen: Psalm 130:2

Als U ons overtreden, o HEER, blijft gadeslaan,
De ongerechtigheden, HEER, wie zal dan bestaan?
Maar nee, daar is vergeving bij U altijd geweest,
Opdat U in ons leven eerbiedig wordt gevreesd.