[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 3, vers 1 tot 5

1 Galaten, u hebt uw verstand verloren! Wie heeft u in zijn ban gekregen? Ik heb u Jezus Christus toch openlijk en duidelijk als de gekruisigde bekendgemaakt? 2 Ik wil maar één ding van u weten: hebt u de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven? 3 Bent u werkelijk zo dwaas weer op uw eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest? 4 Is alles wat u hebt meegemaakt dan voor niets geweest? Dat kan toch niet! 5 Geeft God u de Geest en goddelijke krachten omdat u de wet naleeft? Of geeft hij ze omdat u naar hem luistert en op hem vertrouwt?

De apostel van Jezus Christus trekt fel van leer. ‘Jullie zijn niet goed wijs!’ ‘Galaten’ noemt hij hen. ‘Kelten’, naar hun allochtone afkomst. Het klonk ongeveer als ‘stomme Turken’. In Paulus’ ogen hadden de Galliërs van Klein-Azië hun verstand verloren. Hij had hun het geheim van Gods Zoon verteld. Dankbaar en blij hadden ze het aanvaard. Dankzij Hem die als schurk werd geëxecuteerd mochten ze, ondanks al hun gebreken, recht voor God staan. Ze hadden de Geest gekregen. Leren geloven, vertrouwen, bidden, liefhebben. Waardoor? Door voor Jood te spelen? Door herinvoering van ouderwetse gebruiken? Dat was te dom voor woorden. Nee, door gehoor te geven aan het evangelie van genade alleen!

De basis van het christelijk geloof is mysterieus: Gods Zoon ‘geopenbaard in een sterfelijk lichaam’ (1 Tim. 3:16). ‘Hij die de gestalte van God had, nam de gestalte van een slaaf aan, heeft zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood aan het kruis’ (Fil. 2:6-8). Zoiets verzin je niet. En met een beetje GEZOND verstand kun je wel nagaan dat geloven in Christus vloekt met vertrouwen op regels.

De apostel der ‘Turken’ gebruikt kwetsende woorden. Als ik in Dokkum mijn preek begin met ‘Stomme Friezen’, loopt het vast nogmaals slecht af met een zendeling. Maar het kán pastoraal zijn wanneer vanaf de kansel klinkt: ‘Zijn jullie nou helemaal gek geworden?’ Moslims in de ban van halaal en haraam, doen zichzelf tekort. ‘Vrijgemaakten’ betoverd door liturgische vormen, zijn niet goed snik. Ze geven hun vrijheid in Christus Jezus prijs.

Heb jij de Geest van vrijheid?
Liedboek 473:5

Neem mijn wil en maak hem vrij,
Dat hij U geheiligd zij.
Maak mijn hart tot uwe troon,
Dat uw Heil’ge Geest er woon’.