[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 4, vers 28 tot 31.

28 En u, broeders en zusters, bent net als Isaak kinderen van de belofte. 29 Maar zoals de zoon die krachtens de natuur geboren werd de zoon vervolgde die krachtens de Geest geboren werd, zo worden nu ook wij vervolgd. 30 Maar wat zegt de Schrift? ‘Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de vrijgeboren vrouw mag niet de erfenis delen met de zoon van de slavin.’ 31 Daarom dus, broeders en zusters, zijn wij geen kinderen van de slavin, maar van de vrijgeboren vrouw.

De islam zet de Bijbel op de kop. Niet Isaak is het beloftekind maar Ismaël. Met Ismaïl (her)bouwde vader Ibrahim de ka’ba in Mekka. Hij moet het slachtoffer geweest zijn, dat Abraham zou offeren. Jezus heet ‘de hoogste Profeet’ (HC, Zondag 12[1]): anders dan elke andere profeet is Hij de inhoud van zijn eigen godswoorden. Hij is méér dan een profeet als Jona (Mat. 12:41). Voor moslims is Jezus hoogstens de profeet die Mohammed aankondigde.

Het pestgedrag van Ismaël (Gen. 21:9) zette zich voort in de haat van het Jodendom dat Jezus niet als Messias erkende; en dus ook geen niet-joden als broeders en zusters accepteerde. Hun afkeer richtte zich eveneens op Paulus! Het is evenmin verbazend als moslims christenen verdrukken. Net als bij Ismaël speelt jaloezie een rol. Een samenleving die gebouwd is op de sjarie‘a voelt zich bedreigd door vrije christenen. Vooral bekeerlingen tot Christus gelden als verraders. Het is moeilijk begrip te hebben voor ‘afkeerlingen’ van Mohammed die, zoals moslims het zien, een stap terug zetten.

De godsdienstvrijheid die christenen in het westen genieten is abnormaal. ‘Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen,’ zei Jezus (Joh. 15:20). Wij bidden voor de vervolgde kerk. Maar de vervolgers hebben niet minder gebed nodig (Mat. 5:44). We moeten ook bidden voor onszelf, dat Vader in de hemel zijn westerse kinderen niet te veel verwent. Moeten christenen moslims de deur willen wijzen? Alleen als ze jou je geestelijke vrijheid ontnemen (2 Joh. 1:10). Niet zolang er vrijheid daagt voor wie nu nog gebonden zijn.

De apostelen vonden het eervol om vernederd te worden (Hand. 5:41). Kun je het je indenken?
Liedboek 109:3

Komende uit de verdrukking,
En de kleren wit als sneeuw
In het bloed des Lams gewassen
Van het vuil van deze eeuw,
In vervolgingen standvastig
Wachtende op U, hun Heer,
Overwonnen zij de satan
En de wereld neemt een keer.


[1] ‘HC’ verwijst naar de ‘Heidelbergse Catechismus’. Een belijdenisgeschrift van de gereformeerde kerk waarin in de vorm van vragen en antwoorden een samenvatting wordt gegeven van het christelijk geloof. Deze samenvatting is verdeeld over 52 hoofd-stukken, voor elke zondag van het jaar één. Zondag 12 gaat over verschillende titels, ‘schone namen’ van Jezus:

‘Vraag 31: Waarom wordt Hij Christus, dat is Gezalfde, genoemd?

Antwoord: Omdat Hij door God de Vader gesteld en met de Heilige Geest gezalfd is tot onze hoogste Profeet en Leraar, die ons het verborgen raadsbesluit en de wil van God aangaande onze verlossing volkomen geopenbaard heeft; tot onze enige Hogepriester, die ons met het enige offer van zijn lichaam verlost heeft en met zijn voorbede steeds voor ons pleit bij de Vader; en tot onze eeuwige Koning, die ons door zijn Woord en Geest regeert en ons in de verworven verlossing beschermt en bewaart.’