het kruispunt - christenen in gesprek met moslims

1 september 2011

Offer

[English version]

Genesis hoofdstuk 22, vers 1 tot 14.

1 Enige tijd later stelde God Abraham op de proef. ‘Abraham!’ zei hij. ‘Ik luister,’ antwoordde Abraham. 2 ‘Roep je zoon, je enige, van wie je zoveel houdt, Isaak, en ga met hem naar het gebied waarin de Moria ligt. Daar moet je hem offeren op een berg die ik je wijzen zal.’

3 De volgende morgen stond Abraham vroeg op. Hij zadelde zijn ezel, nam twee van zijn knechten en zijn zoon Isaak met zich mee, hakte hout voor het offer en ging op weg naar de plaats waarover God had gesproken. 4 Op de derde dag zag Abraham die plaats in de verte liggen. 5 Toen zei hij tegen de knechten: ‘Blijven jullie hier met de ezel. Ikzelf ga met de jongen verder om daarginds neer te knielen. Daarna komen we naar jullie terug.’ 6 Hij pakte het hout voor het offer, legde het op de schouders van zijn zoon Isaak en nam zelf het vuur en het mes. Zo gingen zij samen verder.

7 ‘Vader,’ zei Isaak. ‘Wat wil je me zeggen, mijn jongen?’ antwoordde Abraham. ‘We hebben vuur en hout,’ zei Isaak, ‘maar waar is het lam voor het offer?’ 8 Abraham antwoordde: ‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’ En samen gingen zij verder. 9 Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde Abraham daar een altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, op het hout. 10 Toen pakte hij het mes om zijn zoon te slachten. 11 Maar een engel van de HEER riep vanuit de hemel: ‘Abraham, Abraham!’ ‘Ik luister,’ antwoordde hij. 12 ‘Raak de jongen niet aan, doe hem niets! Want nu weet ik dat je ontzag voor God hebt: je hebt mij je zoon, je enige, niet willen onthouden.’ 13 Toen Abraham opkeek, zag hij een ram die met zijn horens verstrikt was geraakt in de struiken. Hij pakte het dier en offerde dat in de plaats van zijn zoon. 14 Abraham noemde die plaats ‘De HEER zal erin voorzien’. Vandaar dat men tot op de dag van vandaag zegt: ‘Op de berg van de HEER zal erin voorzien worden.’

Tijdens het Offerfeest herdenken moslims dat Abraham bereid was zijn zoon te offeren. (Ze veronderstellen dat het Ismaël was, al zegt Soera 37: El Saaffaat, dat niet.) Het Offer- of Slachtfeest is het Grote Feest. Het valt tien weken na het Suikerfeest dat het Kleine Feest heet.

Na afloop van de hadj naar Mekka slachten moslims overal ter wereld een schaap of lam. Van het vlees mogen familieleden, buren en vrienden mee-eten.

Centraal staat de overgave van ‘moslim’ Abraham. Daarin was hij voorbeeldig. Daarvoor werd hij beloond: Gabriël zei dat hij een ram de plaats van het kind mocht laten innemen.

Wat is de boodschap van Genesis 22? Een uitspraak van Jezus luidt: ‘De Schriften getuigen over mij’ (Joh. 5:39), maar waar is Hij dan in het verhaal? Je kunt een parallel trekken tussen Abraham en God: zoals Isaaks vader zijn zoon aan God gaf, schonk God zijn Zoon aan ons. Maar het ligt meer voor de hand om het dier tussen de struiken als schaduw van de Verlosser te zien. Wij mogen eeuwig leven dankzij het plaatsvervangend sterven van ‘het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt’ (Joh. 1:29).

Goede Vrijdag is écht Groot Feest. Christenen vieren dan het avondmaal. Wat precies? Niet de zelfovergave van Abraham maar die van Christus. Abraham geloofde dat God Isaak uit de dood kon opwekken (Heb. 11:19). Christenen accepteren dat ze gered zijn door de dood én opstanding van onze Heer. Onverdiende genade!

‘Zeg, moslim, waarom noem je het Offerfeest ‘het Grote Feest’?’
Gezang 109:1

Halleluja, lof zij het Lam,
Die onze zonden op Zich nam,
Wiens bloed ons heeft geheiligd,
Die dood geweest is, en Hij leeft,
Die ’t volk, dat Hij ontzondigd heeft,
In eeuwigheid beveiligt.

30 augustus 2011

Wijsheid

[English version]

Het evangelie naar Matteus hoofdstuk 11, vers 16 tot 19.

16 Waarmee zal ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen:
17 “Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen, toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet rouwen.”
18 Want toen Johannes kwam, en niet at en dronk, zei men: “Hij is door een demon bezeten.” 19 Nu is de Mensenzoon gekomen, hij eet en drinkt wel, en nu zegt men: “Kijk toch eens, wat een veelvraat, wat een dronkaard, die vriend van tollenaars en zondaars.” En toch is de Wijsheid door heel haar optreden in het gelijk gesteld.’

Een van Christus’ schone namen luidt ‘wijsheid’ (1 Kor. 1:24). Door Hem zijn we ‘rechtvaardig’ en ‘heilig’ (1 Kor. 1:30).

Er zit wijsheid in het door Allah voorgeschreven vasten, leert de islam. ’t Is gezond: je lichaam wordt gezuiverd van afvalstoffen; wie weet val je af. Samen het vasten verbreken bij het dalen van het duister werkt samenbindend. Je traint discipline en uithoudingsvermogen. Je leert meeleven met hongerige medemensen.

Met nieuwe maan breekt het Suikerfeest aan. Dit ‘kleine feest’ wordt uitbundig gevierd met lekker eten, geurtjes, nieuwe kleren en cadeautjes. ’t Is gelukt: lange zomerdagen van dageraad tot donker niets nuttigen.

Johannes vastte, Jezus feestte. Johannes wees zondaren terecht, Jezus at met hen. Beiden vielen niet in de smaak. Johannes verklaarden ze voor gek, Jezus maakten ze uit voor ‘vreetzak’ en ‘drinkebroer’. Kinderachtig. Net kinderen die geen bruiloftje en geen begrafenisje willen spelen. Juist in de combinatie van de soberheid van Jezus’ voorloper en de uitbundigheid van Johannes’ meester zat goddelijke wijsheid.

De doop in Christus toont onze vuilheid én zuiverheid. Heel wijs! Bewijs? Mensen met feestkleren op ‘de bruiloft van het lam’ (Op. 19:7-8). Vasten is verstandig als het je blik richt op Jezus die standhield en het kruis op zich nam (Heb. 12:2). Hij zei: ‘Ik heb dorst’ (Joh. 19:28). Jij mag drinken van ‘het water dat leven geeft’ (Op. 22:17).

‘Schep, o God, een zuiver hart in mij,’ staat in Psalm 51:12.

Waarom vast een christen?
Zingen: Psalm 51:3

Red mij van bloedschuld, God die mij bevrijdt,
leg op mijn tong de lof van uw genade.
Open mijn lippen, Heer, ik prijs uw daden
voor heel uw volk met liedren wijd en zijd.
Niet aan het altaar wordt mijn schuld geboet,
geen offerdier, hoe gaaf ook, kan die dragen,
het offer van een diep gewond gemoed
en een gebroken hart zal U behagen.

29 augustus 2011

Israël

[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 6, vers 11 tot 18.

11 U ziet het aan de grote letters: ik schrijf u nu eigenhandig. 12 Degenen die er zo op aandringen dat u zich laat besnijden, willen alleen een goede indruk maken en voorkomen dat ze worden vervolgd omwille van het kruis van Christus. 13 Ze zijn voor de besnijdenis maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan. 14 Maar ik – ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld. 15 Het is volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is, belangrijk is dat men een nieuwe schepping is. 16 Laat er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf blijven, en voor het Israël van God. 17 En laat voortaan niemand mij meer tegenwerken, want ik draag de littekens van Jezus in mijn lichaam. 18 Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen.

De naam Israël valt slechts eenmaal in de Galatenbrief en valt dus op. Eerder ging het over Joden (2:13-15). Waaraan denkt Christus’ dienaar bij ‘het Israël van God’? Niet aan de ene kerk voor Joden en Grieken (3:28). In het begin én aan het eind wenst hij salaam (sjaloom) toe aan alle lezers, maar… speciaal aan het biologisch nageslacht van Jakob.

Jodenchristenen – zoals Paulus zelf! (Fil. 3:5) – hebben een aparte status. Israël is niet vervangen door de kerk. (Nog minder joden- en christendom door islam!) Gods volk is ook niet opgegaan maar getransformeerd in een wereldwijde geloofsgemeenschap.

Profetieën over Israëls kinderen, talrijk als ‘strandkorrels’ (Gen. 22:17; Hos. 2:1), werden werkelijkheid doordat mensen uit alle windstreken zich voegden bij ‘Gods Israël’. Alleen, Israëls hoofdstad is niet meer het húidige, maar het hémelse Jeruzalem (4:25). De besnijdenis bepaalt niet meer Israëls identiteit, Paulus is gestigmatiseerd door zijn doop (3:27). En zoals hij met hoofdletters zijn brief ondertekent, is hijzelf getekend door littekens als gevolg van vervolging om Jezus’ wil.

De Galaten moesten zich niet laten intimideren door Joodse broeders die – uit angst voor ‘valse’ Israëlieten – hen wilden dwingen tot de besnijdenis. Christenen moeten nooit – bang om moslims voor het hoofd te stoten – het evangelie van haar ‘aanstoot’ (1 Kor. 1:23) ontdoen. Ware vrede (Kol. 1:20) en eigenwaarde ontleen je aan het kruis van Jezus Christus.

Zou ‘water bij de wijn doen’ het gesprek tussen moslims en christenen niet juist hinderen?
Psalm 128:3

Gods zegen moog’ u hoeden uit Sion, stad van Hem,
opdat u ziet het goede van zijn Jeruzalem.
U ziet ook op uw bede uw nageslacht met vreugd.
God geve toch de vrede, die Israël verheugt.

28 augustus 2011

Een veilig nest

[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 6, vers 6 tot 10.

6 Wie onderwezen wordt, moet al het goede dat hij bezit met zijn leermeester delen. 7 Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8 Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. 9 Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. 10 Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten.

Vandaag zijn christenen in de kerk onder elkaar. Nou ja, ónder elkaar… Ze verschijnen mét elkaar voor God. Maar ze ontmoeten eerder geestelijke familieleden dan buitenstaanders. In het bijzonder voor hén dien je dus goed te zijn. Maar… hebben ongelovigen die aandacht niet méér nodig?

De geestelijke en materiële zorg binnen de kerk hoeft niet perfect te zijn, voordat christenen met het evangelie naar buiten kunnen treden. Zulke activiteiten doen overigens ook het interne gemeenteleven goed. Maar wanneer je mensen bij je thuis wilt uitnodigen, moet het er wel goed toeven zijn. Als kerkmensen ‘elkaar aanvliegen’ (Gal. 5:15), zijn gasten gauw uitgevlogen. Joden- en heidenchristenen moesten elkaar leren accepteren. De oogst van tweespalt is een onaantrekkelijke gemeente.

Onderlinge afstotingsverschijnselen stoten ook anderen af. Vooral voormalige moslims hebben behoefte aan een warm en veilig nest. Dikwijls wordt ’s zondags gecollecteerd voor kerk en diaconie. Het is voluit bijbels om je dank te uiten voor de bediening van de ‘geestelijke genademiddelen’ door te voorzien in het levensonderhoud van de evangeliedienaars (zie 1 Tim. 5:17-18). Eveneens door offervaardigheid die moet voorkomen dat leden van Christus’ gemeente armoede lijden. Het zal een ander goed doen te merken dat men er goed voor elkaar is.

‘Laten we elkaar ertoe aansporen lief te hebben en goed te doen, en in plaats van weg te blijven van onze samenkomsten elkaar juist bemoedigen’ (Heb. 10:24-25).
Gezang 63:3

Heer, laat uw liefde
door alle ranken stromen.
Dan groeien wij in weer en wind,
terwijl de wijnstok ons verbindt.
Dan zal naar alle zijden
de liefde zich verspreiden:
met heel veel mensen, groot en klein,
viert God het feest van nieuwe wijn.

A safe haven

[Nederlandse versie]

Paul’s letter to the Galatians, chapter 6, verses 6-10

6 Nevertheless, the one who receives instruction in the word should share all good things with their instructor. 7 Do not be deceived: God cannot be mocked. A man reaps what he sows. 8 Whoever sows to please their flesh, from the flesh will reap destruction; whoever sows to please the Spirit, from the Spirit will reap eternal life. 9 Let us not become weary in doing good, for at the proper time we will reap a harvest if we do not give up. 10 Therefore, as we have opportunity, let us do good to all people, especially to those who belong to the family of believers.

Today Christians are amongst one another in church. Amongst, as in: surrounded by, mingled in with. To appear for God in one another’s company. No outsiders, they are meeting one another as spiritual family members. But… should they not give more attention to the non-believers, who are more in need?

The spiritual and material care within a church does not need to be perfect in order for Christians to reach out with the gospel. Such activities are actually good for the internal life of the community, too. But when you want to invite others over at home, it needs to be a place where one can enjoy hanging out. If members of a church “bite and devour” one another (Gal. 5:15), guests will soon fly. Judaic and pagan Christians had to learn to accept one another. The harvest of discord is an unattractive congregation.

Mutual phenomena of rejection will push off others as well. Especially former Muslims are craving a warm and safe haven. Often on a Sunday, collections are held for church and pastoral care. It is fully biblical to utter gratefulness by the service of “spiritual sacraments”, by taking care of the livelihood of servants of the gospel (cf. 1 Tim. 5:17-18). Also by the ability to sacrifice, to avoid that members of Christ’s community suffer from poverty. It will make others glad to see that people are good to one another.

‘And let us consider how we may spur one another on toward love and good deeds, not giving up meeting together, as some are in the habit of doing, but encouraging one another—and all the more as you see the Day approaching.’ (Heb. 10:24-25)
To sing: Come Down, O Love Divine, verse 2, 4

O let it freely burn, til earthly passions turn
To dust and ashes in its heat consuming;
And let Thy glorious light shine ever on my sight,
And clothe me round, the while my path illuming.

And so the yearning strong, with which the soul will long,
Shall far outpass the power of human telling;
For none can guess its grace, till he become the place
Wherein the Holy Spirit makes His dwelling.

27 augustus 2011

Breng ons niet in beproeving

[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 6, vers 1 tot 5.

1 Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid. 2 Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na. 3 Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. 4 Laat iedereen zijn eigen daden toetsen, dan heeft hij misschien iets om trots op te zijn, zonder zich er bij anderen op te laten voorstaan. 5 Want ieder mens moet zijn eigen last dragen.

Spreekt Paulus zichzelf tegen? Wat is het nu? Moet jij tillen aan andermans problemen of is het ieder z’n eigen pakkie-an?

Moslims beklemtonen dat het onbestaanbaar is dat de één opdraait voor de zonden van de ander. Dat Christus in jouw plaats stierf aan het kruis, kan niet waar zijn. Ze wijzen op Ezechiël 18:20: ‘Wie rechtvaardig is wordt als een rechtvaardige behandeld, en een slecht mens wordt voor zijn slechte daden gestraft.’

Inderdaad, iedereen moet ‘zijn eigen last dragen’. Psalm 49:8 zegt: ‘Geen mens kan een ander vrijkopen.’ God zij dank is er één uitzondering: Christus. Door de overtreding van Adam moesten alle mensen sterven, dankzij Jezus Christus is er vrijspraak (Rom. 5:12-21).

Je kunt de verantwoordelijkheid voor je zonden niet afschuiven op anderen. Intussen moet een christen andersom wel iets met de zonden zijn of haar broeders en zusters. Níet zichzelf met hen vergelijken: van de zonden van de ander word jij niets beter. Wél de naaste van dienst zijn.

Zachtmoedigheid is een vrucht van de Geest (Gal. 5:23). Geestelijke mensen laten iemand die zich laat meesleuren door natuurlijke verlangens en in zonde valt, niet vallen maar helpen hem op de been. Ze dragen elkaars lasten. Op die manier brengen ze Gods wet, door Christus uitgelegd en voorgeleefd, in praktijk. Het past precies bij wat Jezus voorbad: ‘Breng óns niet in beproeving.’

Wat is volgens artikel 72 van de kerkorde het doel van
kerkelijke tucht?[1]
Psalm 141:5

Slaat men mij in trouw aan de HERE,
als olie op mijn hoofd zal ‘t zijn,
een liefdedaad, een zoete pijn
waarvan ik mij niet af zal keren.


[1] Artikel 72 van de kerkorde: [De kerkelijke tucht] heeft ten doel dat de zondaar met God en zijn naaste verzoend wordt…

26 augustus 2011

Nacht van pracht

[English version]

Het evangelie naar Lucas, hoofdstuk 2, vers 1 tot 14.

1In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. 2 Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. 3 Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. 4 Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, 5 om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. 6 Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, 7 en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad.

8 Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. 9 Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. 10 De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: 11 vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de messias, de Heer. 12 Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ 13 En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden:

14 ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’

Vandaag ineens iets heel anders: geen Galaten maar een verhaal uit het begin van het evangelie naar Lucas. En dan ook nog een schriftgedeelte dat gevoelsmatig meer bij de winter past dan bij een zomerdag. Het is ook niet zomaar een dag. Beter: het is – althans voor moslims – een zeer bijzondere nacht. Ze herdenken de eerste ‘neerdaling’ van de Koran, zoals beschreven in Soera 97, El Kadr.

De overeenkomsten met het gelezen bijbelgedeelte zijn treffend. Beide passages gaan over een geschenk uit de hemel en het gaat over engelen en vrede. Maar terwijl moslims in de laylat el kadr – nacht van pracht – stilstaan bij de neerdaling van de Koran, vieren christenen in de kerstnacht dat Gods eeuwig Woord geen boek werd maar – veel heerlijker – een mens!

De zevenentwintigste nacht van de maand ramadan is voor moslims de heiligste nacht van de heiligste maand. De meest waardevolle nacht van het islamitisch ‘kerkelijk jaar’, ‘beter dan duizend maanden’. Het resultaat van de gebeden die ze vannacht opzenden is – menen ze – groter dan duizend maanden ofwel ruim drieëntachtig jaar bidden.

‘Vrede op aarde’ hoorden herders in die heilige kerstnacht waarin een hemels leger de stilte verbrak met het ‘Eer aan God’. Al zo’n twee millennia worden ‘miljoenen gezaligd’ door het kind dat ter wereld kwam als Davids lang verwachte zoon.

Terwijl Jezus voor christenen Gods Woord in eigen persoon is, moeten moslims het met de Koran doen. In plaats van de Bijbel hebben ze Mohammed. In de islam brengt een gestorven profeet je naar een boek. Door middel van de heilige Schrift leidt de heilige Geest je tot de levende Redder.
Gezang 81:7

Roem hemel, die geboortedag,
De schoonste die de wereld zag;
Juich, aarde, nu g’ uw koning ziet,
Zing Hem een nooit gezongen lied.

25 augustus 2011

Eenheid

[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 5, vers 22 tot 26.

22 Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, 23 zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft. 24 Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen. 25 Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst. 26 Laten we elkaar niet uit eigenwaan de voet dwarszetten en elkaar geen kwaad hart toedragen.

Staat een christen boven de wet? Je zou het haast denken als je leest wat de apostel schrijft aan de christelijke Kelten van Anatolië. ‘Niemand wordt rechtvaardig door de wet na te leven’ (2:16). ‘Iedereen die op de wet vertrouwt is vervloekt’ (3:11). Maar dan begrijp je het niet. Geest’ staat tegenover ‘vlees’ (eigen verlangens, begeerten, wil, natuur), niet tegenover ‘wet’. Integendeel, ‘de vrucht van de Geest’ is een leven dat beantwoordt aan wat Gods wet beoogt.

Nog een misverstand. Valt de ‘gemeenschap der heiligen’ niet uiteen als je als besnedene onderdaan van Gods koninkrijk kunt zijn, maar de besnijdenis niet voor iedereen verplicht is? Is er dan nog wel sprake van één oemma, een ‘onverdeelde’ Christus (zie 1 Kor. 1:13)? Jazeker! De Geest werkt samenbindend. Kijk wat Hij groeien laat: liefde, vrede, vreugde enzovoort.

Ranken, door de Geest aan ‘de ware wijnstok’ Christus verbonden, dragen veel vrucht (Joh. 15:5). Ware christenen weerspiegelen de eenheid van de drie-enige God die ‘zijn Tien Woorden horen deed’ (Gez. 176a:1). ‘De richting volgen die de Geest wijst’ (vers 25) betekent zoveel als: ‘samen sterk staan’ door de Geest. Toen Jezus vastgespijkerd was, was Hij niet direct dood. Mensen en kerken hebben ‘hun hartstochten gekruisigd’ maar zijn nog niet volmaakt. Daarom zijn ook die andere vruchten zo nodig en opbouwend: ‘geduld om te verdragen’ en zachtmoedigheid. Ook daar heeft Gods wet niets op tegen.

Het komt mooi uit dat in de Heidelbergse Catechismus het negende en tiende artikel van de Apostolische Geloofsbelijdenis: (wat christenen geloven over de kerk, en over de vergeving van de zonden) samen behandeld worden.
Liedboek 252:1
Wat zijn de goede vruchten,
Die groeien aan de Geest?
De liefde en de vreugde,
De vrede allermeest,
Geduld om te verdragen
En goedertierenheid,
Geloof om veel te vragen,
Te vragen honderd uit;

24 augustus 2011

Djihaad

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 5, vers 16 tot 21.

16 Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. 17 Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt. 18 Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet. 19 Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, 20 afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, 21 afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God.

Tegenwoordig kent iedereen het woord djihaad, vaak weergegeven met ‘heilige oorlog’. Velen weten niet dat moslims onder ‘de grote djihaad’ de strijd verstaan die je voeren moet tegen je ego of begeerten. Het woord djihaad komt overigens ook voor in de Arabische bijbelvertaling.

Innerlijke strijd komt in de Heidelbergse Catechismus ter sprake in Zondag 33[1]. Daar gaat het over ‘bekering’ als ‘het afsterven van de oude en het opstaan van de nieuwe mens’. De ‘oude mens’ moet je ‘afleggen’, lezen ‘de heiligen’ in Efeze (Ef. 4:22). Buiten de bijbelse context een ietwat vreemde uitdrukking. Intussen gaat het wel over een soort begrafenis. Door de geestelijke eenheid met Christus wordt jouw ‘oude mens’ samen met Hem gekruisigd, gedood en begraven (Rom. 6:6-10).

Christenen erkennen dat ze geboren zondaars zijn. Wanneer mensen doen wat ze van zichzelf willen, maken ze daarmee niet alleen God kwaad, ze breken eveneens de samenleving op. Drank maakt veel kapot, seksuele escapades niet minder. In Afrika zie je mensen elkaar beschadigen door magie. God schenkt mensen bevrijding, maar niet om eigen verlangens te bevredigen. Je kunt niet gewoon je gang gaan. Echte vrijheid is leven naar Gods wet.

Maar met regels en sancties komen we er niet. ‘Laat u leiden door de Geest’, schrijft Christus’ apostel. Dat is de manier om te bouwen aan ‘het huis van de vrede’. Zo ontvang je erfrecht binnen het hemels koninkrijk dat met de komst van Jezus gestalte kreeg.

Is de leer van ‘goede werken’ iets typisch rooms of islamitisch? Wat zijn ‘goede werken’ volgens de Heidelbergse catechismus, Zondag 33, vraag en antwoord 91?[2]
Psalm 119:1

Welzalig wie de rechte wegen gaan,
wie in de regels van Gods wijsheid treden.
Zalig wie zijn getuigenis verstaan,
van ganser harte zoeken naar zijn vrede.
Geen onrecht en geen dwaling lokt hen aan.
De weg der zondaars wordt door hen gemeden.


[1] De ‘Heidelbergse Catechismus’ is een belijdenisgeschrift van de gereformeerde kerk. In de vorm van vragen en antwoorden wordt een samenvatting gegeven van het christelijk geloof. Deze samenvatting is verdeeld over 52 hoofdstukken, voor elke zondag van het jaar één. De eerste drie vragen van Zondag 33 luiden als volgt:

Vraag 88: Uit hoeveel delen bestaat de bekering?
Antwoord: Uit twee delen: de afsterving van de oude mens en de opstanding van de nieuwe mens.

Vraag 89: Wat is de afsterving van de oude mens?
Antwoord: Het is een oprecht berouw hebben dat wij God door onze zonden vertoornd hebben, en het steeds meer haten en mijden van de zonden.

Vraag 90: Wat is de opstanding van de nieuwe mens?
Antwoord: Het is een innige blijdschap in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God alle goede werken te volbrengen.’

[2]
Vraag 91: Wat zijn goede werken?
Antwoord: Alleen die uit een echt geloof, volgens de wet van God, tot zijn eer geschieden, en niet die op ons goeddunken of menselijke voorschriften gegrond zijn.

23 augustus 2011

Misverstand

[English version]

De brief aan de Galaten, hoofdstuk 5, vers 13 tot 16.

13 Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, 14 want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 15 Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden. 16 Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten.

‘Liefde’ is typisch christelijk, ‘gerechtigheid’ kenmerkend voor de islam. Wie dat zegt, moet het uitleggen. Beweren dat moslims niet liefhebben is oneerlijk en onzinnig. En gerechtigheid is ook een voluit bijbels woord. Moslims vrezen dat vertrouwen op het kruis een vrijbrief voor zonde is. Een excuus voor sociaal onrecht. Als Hij voor je zonden is gestorven, wat maakt jouw gedrag dan uit? Een enorm misverstand!

God gaf de Galaten de vrijheid. Besnijdenis en spijswetten waren onnodig om bij zijn volk te horen. Maar gelovigen van Joodse afkomst hoefden niet bang te zijn dat christenen met een heidense achtergrond zouden vervallen tot losbandigheid.

De liefde van Christus die gerechtigheid in de zin van vrijspraak geeft, maximaliseert juist gehoorzaamheid. Ze is de allersterkste stimulans tot liefde voor God en de naaste. Zo moesten gelovigen Gods geboden trouwens altijd al begrijpen. Als Jezus al Gods geboden samenvat met het bekende dubbelgebod, citeert Hij uit de boeken van Mozes (Mat. 22:37-40; Deut. 6:5; Lev. 19:18).

Als gerechtigheid in de zin van normen en regels een geloofsgemeenschap in de greep krijgt, krijg je onderlinge controle, rivaliteit, onverdraagzaamheid en ruzie. Een beestenbende werd het bij de Galaten. Dat is niet in de Geest van Christus. Waar Hij ruimte krijgt, bloeit liefde. Want de gezindheid van Christus Jezus stempelt de onderlinge omgang.

Leidt de leer van Christus’ zoenoffer tot goddeloosheid? (Zie Zondag 24, vraag en antwoord. 64, Heidelbergse Catechismus.) [1]
Zingen: Psalm 133:1

Komt, ziet, hoe goed, hoe lieflijk is ‘t als zonen
van Isrels huis als broeders samenwonen,
in vrede bij elkander zijn.
Het is als olie, kostelijk en fijn,
die naar Gods heilig voorschrift is bereid,
waarmee de priester wordt gewijd.


[1] Vraag 64: Maakt deze leer de mensen niet zorgeloos en goddeloos? Antwoord: Zeker niet, want het is onmogelijk dat wie Christus door een echt geloof is ingeplant, geen vrachten van dankbaarheid zou voortbrengen.

  1. Pagina's:
  2. 1
  3. 2
  4. 3
  5. 4