door Annemarie Krijger.

Om zichzelf te beschrijven, gebruikt God veel verschillende namen en beelden in de Bijbel. Een daarvan is ‘Herder’. Het beeld is voor veel christenen bekend; Jezus zoekt en hoedt verloren mensen. Minder bekend is misschien, voor moslims en christenen, dat Jezus met zijn verhalen over de goede Herder, naar heel oude profetieën verwijst. Voor veel mensen uit Turkije, Noord Afrika, het Midden Oosten is het beeld van de herder ook bekend; misschien niet, omdat ze God als herder kennen; wel omdat ze met eigen ogen de herders zien. Ze weten zo, waarover het in de Bijbel vaak gaat, en stellen ons beeld scherp. Bespreek eens met elkaar een verhaal uit de Bijbel over de Goede Herder. Je kunt er samen veel van leren.

Als Jakob in Egypte de kinderen van zijn zoon Jozef zegent, dan zegent hij ze in de naam van God, “Die mij als herder geleid heeft, mijn leven lang tot op deze dag…” (Genesis 48:15). Ook wanneer God door Mozes de Israëlieten uit Egypte bevrijdt, leidt hij hen als een herder. (Psalm 78:52) Steeds laat God zich in de Bijbel ‘Herder’ noemen. David (Dawoud) schrijft er prachtige liederen over. Het bekendste lied is psalm 23: ‘de Heer is mijn Herder.’ Omwille van zijn naam, omwille van wie Hij is, wil God een herder voor mensen zijn, zingt David. Ongeacht wat anderen er van vinden (vers 5) of hoe de schapen dwalen (vers 3).
Omdat God voor de mensen een herder wil zijn, moeten menselijke leiders ook goede herders zijn. Maar de menselijke leiders (en schapen!) gaan een hele andere weg. God klaagt de egoïstische herders aan, door de mond van de profeet Ezechiël. God zegt: “Mensenkind, profeteer tegen de herders  van Israël, profeteer, en zeg tegen hen, tegen die herders : Zo zegt de Heere HEERE: Wee de herders van Israël die zichzelf weiden! Moeten de herders niet de schapen weiden? “U eet het beste op en u kleedt u met de wol; u slacht het vetgemeste, maar de schapen weidt u niet. Het zwakke versterkt u niet, het zieke geneest u niet, het gebrokene verbindt u niet, het afgedwaalde brengt u niet terug en het verlorene zoekt u niet, maar u heerst met geweld en met harde hand over hen. (Ezechiël 34:3-4) Het doet ons denken aan al die dictaturen en ideologieën, religieus of niet. Mensen worden dan gezien als ‘bezit,’ als dingen. Ze dienen een ander doel – dat kan een ‘perfecte staat’, een dictator, of volgens mensen God of Allah zijn – maar in zichzelf doen ze er niet toe. En als ze het doel niet dienen of in de weg staan, volgt er geweld of machtsmisbruik.
Maar God laat het er niet bij. Hij zegt: “Ik kom zelf mijn schapen opeisen.” (Ezechiël 34:12). “Ik zal zelf mijn schapen weiden en ze zelf een rustplaats wijzen. Het verdwaalde dier zal Ik zoeken, het verlaten dier terughalen, het gewonde dier verbinden, het zieke sterken, de vette en sterke dieren beschermen. (Ezechiel 34:15-16) God gaat zelf ingrijpen. De profeet Jesaja schrijft over dit plan van God: Zie, de Heere HEERE! Met kracht zal Hij komen, en Zijn arm zal heersen. … Als een herder zal Hij Zijn kudde weiden: Hij zal de lammetjes in Zijn armen bijeenbrengen en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtjes leiden. (Jesaja 40:11)
Eeuwen later stelt Jezus stelt zijn opdracht voor als die van een herder. Veel leiders van het volk zijn allerminst gelukkig met hem. Verraders en prostituees luisteren naar hem, en hij gaat met hen om. De religieuze leiders morren: “Deze Man ontvangt zondaars en eet met hen.” Maar Jezus antwoord met een verhaaltje: “Welk mens onder u die honderd schapen heeft en er één van verliest, verlaat niet de negenennegentig in de woestijn en gaat achter het verlorene aan, totdat hij het vindt? En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol blijdschap op zijn schouders. En als hij thuiskomt, roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: Wees blij met mij, want ik heb mijn schaap gevonden, dat verloren was.” (Lukas 15) Jezus vraagt hen: hebben jullie dan psalm 23, en Ezechiël en Jesaja niet gelezen? Weten jullie niet, dat God als een herder naar ons toekomt?
Later, als de leiders er ruzie over hebben of Jezus door God gezonden is, vertelt Jezus:

‘Waarachtig, ik verzeker u: wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover.  Wie door de deur naar binnen gaat, is de herder van de schapen.  Voor hem doet de bewaker open. De schapen luisteren naar zijn stem, hij roept zijn eigen schapen bij hun naam en leidt ze naar buiten. Wanneer hij al zijn schapen naar buiten gebracht heeft, loopt hij voor ze uit en de schapen volgen hem omdat ze zijn stem kennen.  Iemand anders volgen ze niet, ze lopen juist van hem weg omdat ze de stem van een vreemde niet kennen.’  Jezus vertelde hun deze gelijkenis, maar ze begrepen niet wat hij bedoelde.
Hij ging verder: (…) Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden; hij zal in en uit lopen, en hij zal weidegrond vinden. Een dief komt alleen om te roven, te slachten en te vernietigen, maar ik ben gekomen om hun het leven te geven in al zijn volheid. Ik ben de goede herder. Een goede herder geeft zijn leven voor de schapen. Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen;  de man is een huurling en de schapen kunnen hem niets schelen.  Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, zoals de Vader mij kent en ik de Vader ken. Ik geef mijn leven voor de schapen.  Maar ik heb ook nog andere schapen, die niet uit deze schaapskooi komen. Ook die moet ik hoeden, ook zij zullen naar mijn stem luisteren: dan zal er één kudde zijn, met één herder. De Vader heeft mij lief omdat ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen.  Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.’ (Johannes 10:1-18)

Jezus legt zo een aantal dingen uit. Echte door God aangestelde herders, zijn mensen die dat zijn door Jezus. Ook op kleinere schaal, in gemeenschappen, kerken, onze gezinnen, vraagt God ons goede, onbaatzuchtige herders te zijn, die voor de schapen zorgen. Ten tweede: een dief ziet de schapen alleen als iets om te ‘hebben’- te slachten, winst te maken. Maar een goede herder wil juist leven geven. Heerszucht, eigenbelang, eigen volk eerst: het past daar allemaal niet bij. Waarom? Omdat God zo niet is. Hij is een Herder, die schapen zoekt. Hij doet dat niet om er iets aan te verdienen, maar puur om wie Hij zelf is. Omdat Hij goed is. De herder en de schapen horen bij elkaar, omdat ze elkaar kennen en de schapen de herder vertrouwen. En de Herder wil ze leven geven. Koste wat kost. Tot slot verwijst Jezus nog directer naar zichzelf: Ik ben de Goede Herder. (…) Ik geef mijn leven voor de schapen.
Als Jezus later bijna gekruisigd zal worden, vertelt hij dat nu gaat gebeuren, wat Zacharia al geprofeteerd heeft. (Mattheus 26:31). Want na de eerdere profetieën die voorspellen dat er een goede herder zal komen, vertelt Zacharia ook dat de herder van God gedood zal worden. Het zal in Gods plan passen: er zal rouw zijn, maar ook een bron ontstaan, die zonde en onreinheid wegwast. (Zach 12:10-11, 13:1) Ook Jesaja profeteert over de knecht van God. Hij komt het volk weiden, maar zal ook zelf als een lam gedood worden. Als Jezus de weg naar het kruis gaat, heeft hij zijn leerlingen al verteld waarom: de Goede Herder zet zijn leven in voor de schapen.
Stel je, na dit alles gelezen te hebben eens voor zo’n schaap te zijn. Verdwaald in een donker dal of een afgelegen plaats. De kudde en de herder kwijtgeraakt. En dat je dan een stem hoort, een bekende stem die te vertrouwen is. Want de Herder is je komen halen.

2 antwoorden

Trackbacks & Pingbacks

  1. Homepage schreef:

    … [Trackback]

    […] There you will find 71011 more Infos: hetkruis.org/2015/05/de-goede-herder/ […]

Reacties zijn gesloten.