In de bijbel wordt het verhaal van God met de mensen heel vaak beschreven in termen die te maken hebben met het vak van herder zijn. Het meest  bekend is wel Jezus die het verhaal vertelt van de herder die 1 van zijn 100 schapen kwijt raakte, en alles achter zich liet om dat schaap te zoeken. Ook de uitspraak van Jezus dat Hij de goede herder is, is bekend. Daarmee zet Hij zichzelf tegenover de ‘valse’ herders: Herders die geacht worden de kudde schapen te leiden, te voeden en te beschermen, maar meer aan zichzelf denken, en de kudde laten verdwalen. Dat laatste beeld gebruiken veel profeten dikwijls. Zij spreken ook over God zelf die uiteindelijk als een ware herder zal komen.

Al deze verhalen en vergelijkingen over de herder en de verloren schapen vinden hun oorsprong in psalm 23. De overbekende psalm van David over God als ‘mijn Herder’, die rust geeft. Bij oppervlakkige lezing van deze psalm lijkt het hier vooral over een zorgzame herder te gaan, en minder of niet over verdwaalde schapen, terwijl dat thema wel steeds terugkomt in al die andere herder-gelijkenissen.

Maar ook Psalm 23 gaat over een verloren schaap. Vers 3 in de NBV luidt: “Hij geeft mij nieuwe kracht”. “Hij verkwikt mijn ziel”  in de oudere vertalingen. Dit klinkt als een echte ‘feel-good’ psalm: Wanneer ik het moeilijk heb in mijn leven, is God er altijd nog voor nieuwe energie zodat ik (Zélf!) weer verder kan. Het lijkt dan wel zo’n zelf-help programma.  Maar dat verkwikken van de ziel is al in vers 2 gepasseerd: Bij de groene velden en rustige wateren. In vers 3 gaat het over afdwalen en terugkeren. De noot in de Nieuwe Bijbelvertaling laat dit ook zien: “Hij brengt mij behouden terug”.  En dat ligt dichter bij de werkelijkheid van onze situatie als mens tegenover God.

De onlangs overleden Amerikaanse theoloog Kenneth Bailey woonde zo’n beetje zijn hele leven in het Midden Oosten – in de context van deze psalm dus. Hij maakt zich hard voor een vertaling die dit element van terugkeer laat staan. Want op die manier is het verband met die andere herder-schaap verhalen in de bijbel veel duidelijker zichtbaar. In zijn boek The Good Shepherd: A Thousand-Year Journey from Psalm 23 to the New Testament[1] gaat hij op al die verhalen veel dieper in, waarin dat verband ook steeds weer gelegd wordt.

Wanneer je vers 3 leest als ‘Hij doet mij terugkeren’ (of: Hij maakt dat ik berouw toon), ontdek je drie dingen die niet perse ‘feel good’ zijn, maar dat wel kunnen worden, getuige de rest van de psalm.

Ten eerste: Als het schaap terug moet keren, was het kennelijk afgedwaald. Losgeraakt van de kudde, verdwenen.

Ten tweede: Het verdwenen schaap kan niet op eigen kracht terug keren bij de kudde of in de schaapskooi. Hij moet terug gebracht worden.

En ten derde: De herder zelf is op pad gegaan om het verdwenen schaap te zoeken, heeft het gevonden en (bege)leidt het terug naar huis.

Een schaap dat verdwaald is, de aansluiting gemist heeft, de herder kwijt is, is niet in staat zelf de weg terug te vinden. Wat hij wel kan doen is erkennen dat hij verdwaald is, en blaten om hulp.

De herder die een schaap kwijt is, zal zelf in actie komen. Hij zal alles in het werk stellen om zijn kudde compleet te houden. Omwille van zijn naam, koste wat het kost, zal de herder op zoek gaan naar zijn schaap. Hij kan het niet maken om een schaap verloren te laten gaan. Zijn vijanden zullen hem uitlachen. Een valse herder zal misschien denken ‘Het is al bijna donker, ik ga morgen wel op zoek’. Maar een echte herder, die houdt van zijn schapen en elk schaap persoonlijk kent, zal dat nooit doen. Die zet zijn eigen veiligheid op het spel voor de veiligheid van het hulpeloze  schaap. Wat mensen ook van hem zullen vinden, niet, dat hij geen hart heeft voor zijn schapen.

David beschrijft niet alleen maar God als de Herder die, ten koste van zichzelf en zijn reputatie, zijn schapen zoekt, vindt en weer thuisbrengt. Maar hij beschrijft ook zichzelf als een schaap dat verdwaald is en niet op eigen kracht de herder kan vinden.

David heeft, met zijn eigen ervaring als herder en koning, een fantastische beschrijving gemaakt van hoe God over mensen denkt en met ze omgaat. Maar ook waar de mens zich ten opzichte van God bevindt: een hulpeloos, verdwaald schaap.

Wanneer Jezus rond predikt op aarde sluit hij bij dit beeld aan. Sterker nog: En hij betrekt het op zichzelf. Wanneer Hij zegt: “Ik ben de goede Herder”[2]. Maar ook wanneer hij zorgt draagt voor mensen die ronddwalen als schapen zonder herder[3]– tegenover de slechte herders die de leiders van het volk blijken te zijn. In zijn handelen en spreken claimt Jezus de Herder van Psalm 23 te zijn.

Als een goede herder komt God je zoeken. Want je bent van hem afgedwaald. En zonder zijn persoonlijke offer zul je niet terug kunnen keren. Psalm 23:3 leert ons dát te erkennen.

Laat je daarom vinden door God die in Jezus als de goede Herder ons kwam zoeken. Met Hem als herder zul je Gods goedheid werkelijk ervaren, en je veilig weten op al je wegen, hoe moeilijk die soms ook zijn.

Jezus gaf zijn leven als een offerlam voor de bevrijding van zijn kudde verloren schapen. Wanneer moslims het offerfeest vieren, waarin ze gedenken dat God voor Abraham in een ‘geweldig offer’[4] voorzag in plaats van zijn zoon, mogen we misschien wel denken aan dat ‘geweldig offer’ dat Hij in Jezus aan ons gaf.

Laat jezelf vinden door de goede Herder en weet je zo thuis en veilig bij God.

 

[1] Uitgebracht in 2014 door InterVarsityPress.

[2] Johannes 10. Zie hierover elders op onze site: https://www.hetkruis.org/2015/05/de-goede-herder/

[3] Zie bijvoorbeeld Marcus 6, waarin Jezus zich opwerpt als de goede herder, tegenover koning Herodes als de valse zelfzuchtige herder.

[4] Koran, soera 37:107.